THE KAISER CHIEFS - YOURS TRULY, ANGRY MOB

 De uit Leeds afkomstige Kaiser Chiefs hebben bijna single handed gezorgd voor een opleving van de muziek van bands als The Jam en Style Council en ze hebben met een aantal collega bands gezorgd voor een hernieuwde belangstelling voor de Britpop. Hun debuut in 2005 leverde de heren een drietal hit noteringen op en heel veel aandacht in het alternatieve circuit. Nu is dan het cruciale tweede album verschenen en het moet gezegd: de verassing is er een beetje af.

De muziek op Yours truly angry mob is te gepolijst om een zelfde indruk te maken als de voorganger. Op zich niet zo vreemd allemaal zo’n eerste plaat staat vol met ambitie en het tweede album is vaak zoeken naar de goede richting. Ook Yours truly is weer geproduceerd door Stephen Street een man die werkte met The Smiths, Blur en The Cranberries, kortom: een man die weet waar de Britpop de mosterd vandaan haalt.

Met de verzamelnaam Britpop hebben we mijns inziens ook meteen de zwakke kant van Yours truly te pakken. De nummers zijn bijna allemaal stuk voor stuk “Catchy� en zeker bij herhaalde beluistering blijven flinke stukken van het album prettig hangen. Maar op hun eerste CD waren de Chiefs meer dan Catchy en die belofte wordt niet helemaal ingelost. Overigens houden die constateringen niet in dat Yours truly een beroerde CD is, verre van dat maar dit album past in het rijtje Cranberries, Oasis, Blur en Suede, degelijke Britpop en ik had persoonlijk de lat een tikje hoger liggen. Toch een ruime voldoende voor dit collectief uit Leeds.

In dienst van pure soul

Gepubliceerd op 31 mei 2007

Ruthie Foster: The Phenomenal Ruthie Foster (Blue corn/Lucky Dice)
Terwijl Joss Stone zich op een vervelende manier afzet tegen de muziek die haar groot maakte, zijn er gelukkig ook talenten die oprecht eer bewijzen aan de klassieke soul.

Aan het genre dat al een halve eeuw niets aan kracht heeft ingeboet. De Texaanse Ruthie Foster zocht het op een eerder studioalbum in folk en blues, maar stelt haar machtige stem ditmaal ten dienste van pure soul, gospel en de traditionele rhythm & blues.

Daarbij door producer Malcolm ’Papa mali’ Welbourne geholpen met een warm, soms lekker vet ’live’ geluid, inclusief Hammond orgel.

Haar afkomst en link met americana-stad Austin verloochent Foster niet. Zo is het intrigerend te horen hoe zij erin slaagt ’Fruits of my labor’ van Lucinda Williams de ’deep soul’ in te trekken.

The Manics ongekend fel

Gepubliceerd op 26 mei 2007,

Manic Street Preachers: Send Away The Tigers (Red Ink/SonyBMG)
Een terugkerend probleem van de Manic Street Preachers was dat op een album hooguit één prachtig stuk stond en dat de rest onder de maat bleef. Juist op een moment dat je de band uit Wales had afgeschreven, is daar ineens ’Send away the tigers’, het achtste album, waar de traditie wordt omgedraaid.

Ditmaal geen uitgesproken parel als ’Motorcycle emptiness’, ’If you tolerate this...’ of ’A design for life’, maar wel een cd die over de hele linie goed is.

De eerste helft is zelfs meer dan dat. Felle, brutale rock met grote gebaren, hemelbestormende refreinen en pittig gitaarwerk.

Cardigans-zangeres Nina Persson speelt een mooie gastrol in de single ’Your love alone is not enough’ en zo zijn er wel meer liedjes die zorgen voor een hoogtepunt in de carrière van The Manics.

Iggy Pop    , zondag op Pinkpop, was vorig jaar ook al op Lowlands Iggy Pop  , zondag op Pinkpop, was vorig jaar ook al op Lowlands

Pinkpop als vanouds: met regen, zonder veel verrassing

Door Jacob Haagsma

Billy Corgan van Smashing Pumpkins     (Foto’s Isabel Nabuurs)
Billy Corgan van Smashing Pumpkins
(Foto’s Isabel Nabuurs)
print artikel              mail artikel

 

Landgraaf , 29 mei. De roze zonnehoedjes die op iedere Pinkpop-editie weer opduiken, hadden gisteren vooral een andere functie. De hoofddag van het festival werd geteisterd door een doordringend miezerig regentje, nadat het de eerste twee dagen goeddeels droog bleef. Alleen het optreden van beroepsengerd Marilyn Manson had zaterdagavond te lijden onder woeste regenbuien, die nog net niet desastreus waren voor zijn schmink.

Toch deed dat gemiezer nauwelijks afbreuk aan de sfeer. De ervaren festivalganger weet immers dat het alle kanten op kan met dat weer, en dus is er altijd wel waterwerend plastic bij de hand. Het is al net zo'n waarheid als een koe dat Pinkpop, met 62.000 bezoekers net als vorig jaar weer uitverkocht, het niet moet hebben van een overmaat aan hippe, verrassende namen.

Zo bekeken was de aanwezigheid van het jonge Australische trio Wolfmother al heel wat, al strooide deze groep wel heel uitbundig met de klassieke allure van gerecyclede jaren-zeventig-hardrockriffs en Led Zeppelin-achtige zang. Hiermee vulde men alle hoeken van het uitgestrekte festivalterrein.

Het meest te prijzen valt Wolfmother om de losse, half improviserende aanpak van sommige nummers. Niettemin moesten juist de meest freakende passages het zonder de gebruikelijke publieksparticipatie stellen, want het Pinkpop-publiek weet hoe een overmaat aan avontuur moet worden afgestraft.

De zomerse harmoniezang van de Magic Numbers zorgde wel voor de glimlach van herkenning waar Pinkpop uiteindelijk op drijft. De kunstnichtendisco van Scissor Sisters viel minder spectaculair en aanstootgevend uit dan verwacht. Met uitzondering misschien van het eigenaardige, met leer afgezette colbertjasje van voorman Jake Shears, waarvan de korte mouwen werden gecompenseerd met leren handschoenen tot ruim voorbij de elleboog.

De muziek was een spervuur van falset-disco en glampop, gebracht met het enthousiasme van een dolgedraaide glitterbol. In daglicht met miezerregen liet dit alles helaas alleen geen onvergetelijke indruk achter, hoezeer Shears en zijn stijlvol getatoeëerde medefrontvrouw Ana Matronic ook probeerden om er kleur aan te geven.

Schenk Rufus Wainwright beide oren

Gepubliceerd op 23 mei 2007,

Rufus Wainwright: Release the stars (Geffen)
’Deze plaat is opgedragen aan mijn moeder die nog steeds in mijn oor fluistert dat ik te gek ben’. Een eerbetoon aan Kate McGarrigle. Je moet maar lef hebben, en het talent om zulke kapsones waar te maken!

Vergelijken is zinloos, maar zoals Jeff Buckley een groter talent bezat dan zijn niet kinderachtige vader Tim, zo is diens generatiegenoot, de Canadese folkie Loudon Wainwright overvleugeld door zijn zoon Rufus.

Schenk Rufus - vaandeldrager van Gay Amerika - beide oren. Niemand van zijn generatie schrijft mooier en actueler en zingt beter.

Voeg daarbij duivels orkestrale arrangementen en het is een godsraadsel waarom Rufus in Europa nog niet de status van megaster heeft bereikt. Wacht maar tot hij Judy Garland anno 1961 tot in de puntjes op de bühne brengt.