Miller live geestdriftig

 18 juli 2007,

Scott Miller: Reconstruction (Sugar Hill/Munich)
Scott Miller groeide op aan de oostkust, maar had van jongsaf aan een zwak voor het zuiden en zocht uiteindelijk zijn muzikale heil in Tennessee. Hij mixt die twee ’werelden’ in een soort americana in de stijl van Steve Earle (zij het minder serieus), doorspekt met krachtige ’hooks’ die het idee geven dat de groten van de rock(-’n-roll) worden geciteerd.

Afgezien van covers van Tom Petty en Neil Young citeert Miller toch echt alleen zichzelf op ’Reconstruction’, een geestdriftige live-’reconstructie’ van zijn carrière. Miller en zijn Commonwealth-trio houden het eenvoudig en eerlijk, het publiek en de band hebben er hoorbaar lol in.

’t Levert een dik uur op dat het zeker in de auto goed doet. Vooral als ’Eight miles per gallon’ op vol volume gaat. Voor diegene die naast  earle ook van Ian moore houden ga eens luisteren.

 

15 juli 2007,

John Doe: A Year In The Wilderness (YepRoc/Munich)
Zijn punkverleden met de band X in Los Angeles laat nog altijd sporen na in het werk van John Doe. Hij mag als vijftiger een beschaafde rootsrocker zijn, de punker van weleer schuilt soms nog dicht onder de oppervlakte. ’t Geeft zijn ’year in the wilderness’ twee gezichten.

Een aantal liedjes heeft de akoestische basis die je verwacht van de met een vriendelijke, bijna zoetgevooisde stem gezegende songwriter die weet dat hij iets te vertellen heeft. Bekende namen als Dave Alvin en Greg Leisz geven deze liedjes glans.

Maar net zo makkelijk stapt Doe over op rechttoe rechtaan elektrisch werk. ’t Komt allemaal samen in die ene track die over de vier minuten gaat, het afsluitende ’Grain of salt’. Als hij rustig in z’n eentje inzet voel je die twee majestueuze slotminuten al aankomen.  Ga eens luisteren naar deze cd.

geweldige songwriter laat nog iets mooi achter

Gepubliceerd op 12 juli 2007

Warren Zevon: Preludes (NewWest/Munich)
’The wind’, opgenomen met de dood al op zijn hielen, was vier jaar geleden het perfecte slotakkoord van Warren Zevon. Onvermijdelijk gaan ook na zijn dood toch de archieven open. Gelukkig heeft zoon Jordan er wel een mooie release van gemaakt.

Door het boekje vol foto’s en herinneringen en het extra schijfje met interviewfragmenten.

De ’Preludes’ cd biedt een kijkje in de keuken van de songwriter. De ’rare and unreleased’ opnamen laten zes onbekende liedjes horen en verder veel ongepolijste, alternatieve versies en demo’s van zijn vroege werk. Vaak kaal en sober, soms met hulptroepen waarin de samenstellers grootheden uit Zevons kennissenkring herkennen.

Zijn bekendste nummer, ’Werewolves of London’, is ook hier een van de opvallende tracks, Daarnaast blijven al zijn lp \ cd's van een zeer hoog gehalte en zijn het luisteren meer dan waard.

Adams zonder wilde haren

Gepubliceerd op 13 juli 2007,

Ryan Adams: Easy tiger (Lost Highway/Universal)
Aan verrassingen nooit gebrek rond Ryan Adams. Uitzonderlijk goede en slechte concerten. Drie albums binnen één jaar. Of een volgepakte cd. Of eens een keiharde plaat, die zowat alle fans shockeert.

De verrassing van ’Easy Tiger’ is hooguit het ontbreken ervan. De voormalige ’wonderboy’ van de alt country heeft met zijn band The Cardinals een luisterplaat voor groot publiek gemaakt. Compact, recht op het doel af; dertien liedjes in 38 minuten.

Het merendeel sober en strak, soms rockend (’Halloweenhead’) en altijd met een countrygevoel dichtbij. Maar ook, afgezien van de sterke openingstrack ’Goodnight Rose’en hoogtepunt ’Two hearts’, minder pakkend dan hij eerder liet horen.

Tekstueel is het in z’n eenvoud wel allemaal ijzersterk. Adams legt andermaal zijn turbulente leven onder de loep en verwondert zich. Ditmaal lijkt zijn conclusie als dertiger de wildste haren kwijt te zijn.

Hij heeft het advies van een vriendin (,,Easy Tiger’’) kennelijk ter harte genomen. Voor hoe lang zal volgende keer wel blijken.  Toch niet het nivo van Gold  in mijn ogen zijn meesterwerk. In interview in OOR geeft Adams aan dat hij liefst naar heavy metal en hard rock concerten gaat. Daar is met deze cd weinig van te merken.

DANNY BRYANT'S RED EYE BAND LIVE

9 juli 2007

 Als je als artiest bij een klein label begint, dan heeft dat als voordeel dat je vaak heel veel vrijheid krijgt, immers: die kleine maatschappijen zijn vaak het eigendom van liefhebbers. Een ander probleem is de distributie. Je albums zijn lastig te verkrijgen en komen vaak al helemaal niet bij de media terecht. Dat is een beetje de geschiedenis van de Engelse gitaarbeul Danny Bryant. Zijn eerste albums verschijnen op het Label Blues Matters, een label dat in grote delen van Europa alleen via het Internet te verkrijgen is.

Voor de cd; “Live� werd een deal gesloten met Rounder Europe en ineens lijkt deze 26 jarige Engelsman een soort van: “best kept secret� De stijl van Bryant is vrij simpel: ‘erop en erover’ dat is het credo. Bluesrock met een enorme dosis passie. Hij beweegt zich op het terrein van mensen als Walter Trout, Joe Bonamassa en Kenny Wayne Shepherd om er maar eens een paar te noemen. De eerstgenoemde Trout, is als een soort muzikale peetvader voor Bryant op een eerder verschenen album (days like this) was hij als gast te horen.

Bryant verkeerd momenteel aan de kop van een hele nieuwe generatie Britse Blues vertolkers, Aynsley Lister, Ian Parker, Matt Schofield en Ian Siegal. Op de CD Live laveert Bryant behendig tussen: overkill en we want more. Kippenvel op je ziel trekkende Blues Ballads en dampende Bluesrock wisselen elkaar op tijd af. Bryant kan met zijn gitaar vrij zwemmen dankzij een prima ritme tandem: Vader Ken Bryant, Bas en Trevor Barr, Slagwerk zetten een basis waar elke gitarist van droomt. Op ‘Live’ vlecht Bryant een aantal klassiekers ( Sweet little angel, BB King, Bring your fine self home, Johnny Copeland, Girl from the north country, Bob Dylan) met eigen nummers aan elkaar. Bryant reist momenteel door Europa de grotere festivals af en ‘Live’ is als het ware een uitnodiging om de dit fenomeen in inderdaad ooit eens in levenden lijve te gaan bekijken.

acr